Gevolgen voor de kinderen vanuit ontwikkelingspsychologisch perspectief

Uit ‘Goed uit elkaar, beter voor de kinderen’ afstudeerscriptie Paulien Blom 2009

Ieder kind ontwikkelt zich op zijn of haar eigen wijze en beschikt over unieke genetische mogelijkheden en capaciteiten. Deze in aanleg aanwezige mogelijkheden komen door interactie met hun omgeving tot ontwikkeling. In hoeverre kinderen kunnen begrijpen wat echtscheiding betekent, de gevolgen kunnen inschatten en hoe ze emoties verwerken, hangt af van hun leeftijd en het ontwikkelingsstadium waarin ze zich bevinden. Hierna zal ik de ontwikkeling van kinderen beschrijven van de vroege kindertijd tot de adolescentie en het effect van echtscheiding op kinderen in deze leeftijdsfase. Hiervoor maak ik gebruik van ontwikkelingspsychologische literatuur aangevuld met kennis en ervaringen uit pedagogisch oogpunt.

Baby’s en dreumesen (0-2 jaar)

Regelmatige verzorging, aandacht en inspelen op de behoefte van het kind zorgen ervoor dat het kind vertrouwen krijgt in volwassenen. Dit basisvertrouwen is van essentieel belang voor de verdere ontwikkeling van het kind. Ouders zijn gevoelig voor de signalen van hun kind en leren al snel de verschillende behoeftes onderscheiden. Hierdoor ontstaat de basis voor een veilige hechtingsrelatie. Kinderen kunnen zich ook aan een vaste verzorger of grootouders hechten als ze hier regelmatig contact mee hebben. Als de opvoeders onvoldoende aanwezig zijn, als er teveel wisselende opvoeders zijn of als er sprake is van mishandeling of verwaarlozing ontstaat er een onveilige hechting. Het kind zal dan niet het vertrouwen voelen om nieuwe situaties in alle vrijheid en nieuwsgierigheid tegemoet te treden. Kinderen bij wie de hechting slecht verlopen is, lopen een verhoogd risico op problemen in uiteenlopende ontwikkelingsgebieden zoals leren, een positief zelfbeeld en het aangaan van vriendschappen en relaties.

Wat betekent echtscheiding in deze fase?

Een jong kind ervaart de scheiding en al wat daar om heen gebeurt als ernstig bedreigend. Wanneer een van de ouders er niet meer is, mist het kind een belangrijk hechtingsfiguur. Kinderen tot twee jaar zullen nog weinig begrijpen van een complexe gebeurtenis als een echtscheiding. Maar ze voelen wel dat er wat aan de hand is. Op deze leeftijd zijn ze als een emotionele spons: ze voelen de angst, woede en onmacht van hun ouders. Kinderen raken in de war als de dagelijkse structuur abrupt verandert. Ze hebben nog geen besef van tijd, oorzaak en gevolg, als ze de andere ouder niet zien, dan is hij er ook niet. Als het kind niet heel regelmatig contact heeft met de niet-verzorgende ouder, gaat deze niet behoren tot de hechtingsfiguren. In plaats van een positieve relatieopbouw ontstaat dan eerder angst, rusteloosheid en verstoring van ritme.

Peuters en kleuters (2-6 jaar)

In de peuterleeftijd (twee tot vier jaar) worden kinderen zindelijk en leren met behulp van hun ouders zelfstandig te eten en zichzelf aan te kleden. De taalontwikkeling is heel belangrijk in deze fase. De belangrijkste sociale ervaringen doen zij op in het gezin. Zij imiteren gedrag van hun ouders en oudere broer of zus. Dit principe, het leren door middel van voorbeelden, is de basis van opvoeden. Interactie met de ouder van hetzelfde geslacht is belangrijk voor de ontwikkeling van de bewustwording van het rolgedrag. Kleine jongetjes doen hun vader na en kleine meisjes willen op hun moeder lijken. Het zijn de bouwstenen voor de ontwikkeling van hun identiteit. Kinderen in de leeftijd van twee tot zes jaar denken sterk egocentrisch. Zij bekijken gebeurtenissen vanuit hun eigen perspectief en hebben moeite zich in te leven in het standpunt van een ander. Het kind kan zich niet in de ouder verplaatsen. Jonge kinderen voelen zich vaak schuldig over de scheiding en denken dat de ouders vanwege hem uit elkaar gaan. “Komt papa terug als ik nooit meer stout ben?” Het kind kan nog geen onderscheid maken tussen werkelijkheid en fantasie. Bij kleuters en jonge schoolkinderen staat de driehoeksrelatie kind - vader - moeder centraal. Kinderen proberen in die driehoek een eigen plaatsje te vinden. Voor jongens heeft een scheiding wat dat betreft een aantal specifieke risico’s. Zij zijn minder volgzaam en missen een belangrijke identificatiefiguur binnen het gezinssysteem als zij alleen bij hun moeder wonen.

Wat betekent een scheiding in deze fase?

Een kind kan de omgangsregeling niet overzien omdat het tijdsbesef en oorzaak-gevolgdenken nog niet voldoende is ontwikkeld. Een bijna altijd voorkomende angst is separatieangst. Als een ouder verdwijnt, kan ook de andere verdwijnen. Het kind is hierdoor sterk gericht op de verzorgende ouder. Uit onderzoek van Johnston & Campbell (1988) blijkt dat 75% van de twee en driejarigen last heeft van scheidingsangst. Deze kinderen hebben moeite met de omgangsregeling, de wisselingen kunnen gepaard gaan met heel veel stress. Ze kunnen heel heftig reageren op bezoekjes van de andere ouder zonder dat daar een aanwijsbare reden voor is. Kinderen kunnen extreem druk zijn of juist zeer teruggetrokken. Ook vertonen veel jonge kinderen somatische symptomen als buikpijn, obstipatie of allergie en 60% van de kinderen vertoont regressie (terugvallen op gedrag uit een eerder ontwikkelingsstadium). Voor ouders is dit moeilijk. Als ze de andere ouder niet volledig vertrouwen, is de kans groot dat het gedrag van het kind wordt gekoppeld aan de opvoedingskwaliteiten van de andere ouder. Het komt voor dat moeders hun ex-man ten onrechte beschuldigen van misbruik.

Eerste helft basisschoolleeftijd (6-8 jaar)

Vanaf een jaar of zes, zeven neemt het kind steeds meer deel aan activiteiten buiten het gezin. In het contact met leerkrachten en klasgenootjes doet het veel nieuwe en sociale vaardigheden op. Kinderen willen bij de groep horen en hun belangstelling voor volwassenen neemt af. Tussen zes en acht jaar maken kinderen een grote sprong in hun cognitieve ontwikkeling; ze leren lezen, schrijven en rekenen en zijn steeds beter in staat na te denken over problemen en situaties.

Wat betekent een scheiding in deze fase?

Een scheiding bedreigt de vruchtbare periode van leren, zelfvertrouwen opdoen en samenwerking met leeftijdsgenoten. Kinderen denken vooral na over de gevolgen die echtscheiding voor henzelf zal hebben. Zij verplaatsen zich in de ouders vanuit hun eigen perspectief. Vaak is er medelijden met de ouder die alleen is gaan wonen. Kinderen verlangen sterk naar hun vader, dikwijls idealiseren zij hem. Veel kinderen fantaseren dat ouders weer bij elkaar zullen komen, ook al is door de ouders duidelijk verteld dat dit niet zal gebeuren.

Tweede helft basisschoolleeftijd (8-12 jaar)

De leeftijd van acht tot twaalf jaar is er vooral een van consolidatie, voor veel kinderen is dit een betrekkelijk rustige periode. Kinderen worden zelfstandiger en krijgen meer zelfvertrouwen. Het specifieke risico van deze leeftijdsfase is dat kinderen vaak meer begrijpen dan dat ze emotioneel kunnen verwerken. Ze zijn daarbij beter dan in voorgaande fase in staat om hun pijn te verbergen door een stoere, semi-onafhankelijke houding aan te nemen. Boosheid komt veel voor. Boosheid weerhoudt het kind ervan om zich ongelukkig en kwetsbaar te voelen. Het kan zich uiten in agressief gedrag, maar ook somatische klachten als hoofdpijn en buikpijn komen voor.

Wat betekent een scheiding in deze fase?

Voor ouders is deze leeftijd normaal gesproken ook een relatief rustige opvoedingsperiode. Daardoor zullen zij in deze periode in verhouding meer tijd en energie hebben om zelf de emoties van de echtscheiding te verwerken. Als de ouders niet te ver bij elkaar vandaan wonen, kan het kind al gauw zelf van de één naar de andere ouder gaan. Vanuit de ontwikkeling van het kind gezien, is deze fase één van de minst slechte om een echtscheiding te verdragen.

Pubertijd (12-16 jaar)

De adolescentiefase is de overgang van kind naar volwassene. De eerste fase van twaalf tot zestien jaar is de puberteit. Het kind krijgt een enorme groeispurt, wordt geslachtsrijp en ontwikkelt zich seksueel. De hormonale veranderingen maken dat kinderen fors in de war kunnen raken. Dit is ook de periode dat het kind naar de middelbare school gaat. Van oudste en zelfverzekerde tiener wordt hij de jongste ‘brugklasser’. Wennen aan een nieuwe school, nieuwe contacten aangaan, een identiteit ontwikkelen is moeilijk als je geen stabiele thuissituatie hebt. Het gezin biedt het kind de ondersteuning op weg naar meer onafhankelijkheid.

Wat betekent een scheiding in deze fase?

Een scheiding in deze leeftijdsfase is uiterst risicovol. Het kind is enorm in de war en heeft alle houvast nodig hebben om zich staande te houden. Het vertrek van de vader is voor jongens een groot verlies als identificatiefiguur, voor meisjes als voorbeeld hoe mannen met vrouwen omgaan. Daar komt nog bij dat kinderen van deze leeftijd er heel slecht tegen kunnen als ze geconfronteerd worden met ouders die ook bezig zijn met liefde en seksualiteit. Met het oog op een omgangsregeling is deze fase meer risicovol dan de vorige: een stelsel van afspraken en regelingen met twee ouders zal al gauw als een knellend keurslijf ervaren worden. Daar staat tegenover dat de puber wel in staat is zelf van de ene ouder naar de andere te gaan.

Jongeren (16-22 jaar)

Van 16-18 jaar is een periode van experimenteren met nieuwe mogelijkheden en accepteren van beperkingen. De jongere heeft behoefte aan onafhankelijkheid en wil vrij zijn van banden en verplichtingen. Jongeren zoeken een alternatief voor een minder prettige gezinssituatie en zoeken contact met een vriendengroep. In de late adolescentie (tot 22 jaar) ontwikkelt hij een sociale - en een beroepsidentiteit. De jonge volwassene gaat verplichtingen aan in werk of studie en in persoonlijke relaties.

Wat betekent een scheiding in deze fase?

Kinderen zijn in staat om de beweegredenen en keuzes van hun ouders rationeel te begrijpen en er zich een mening over te vormen. Ze zijn minder overgeleverd aan de situatie en beter in staat om enige afstand te houden van de problemen van hun ouders. Ze zullen autonoom zijn in het onderhouden van contact met beide ouders.

Kwetsbaar en minst risicovol

Duidelijk is dat in het leven van kinderen veel periodes zijn waarin zij heel kwetsbaar zijn voor de scheiding van hun ouders. Relatief het minst risicovol is de periode zo tussen acht en tien jaar en vervolgens de periode vanaf een jaar of veertien.